Een Jaar of 17, 18 was ik. Werkte als matroos op de Hoek van Holland –  Harwich Ferry. Op de “koningin Wilhelmina”, later op de “koningin Juliana”. De tijd van mobyletjes, opgefokte solexjes, Kreidler Florett, Zundapp en uiteraard de Puchs. Ikzelf reed op een opgefokte Batavus Whippet. Het arme ding reed 80. Maar de remmen waren daar niet tegen opgewassen zoals ik merkte toen op een dag een vrachtwagen door het rode licht reed. Ik kon remmen wat ik wou, alle kabeltjes en stangen sprongen kapot. Onderuit dus, de brommer onder de vrachtauto en ikke vol schaafwonden op de weg. Ach, het kwam allemaal weer goed. Geen trauma verwerking of slachtofferhulp. Gewoon een paar dagen thuis, jodium erop en weer aan het werk. Als vervoermiddel toen een ouwe politie DKW gekocht en die gechopt. 50 cc motortje, 80 km topsnelheid en ditmaal wel alles aangepast aan hogere snelheden. Metallic groen gespoten, achterop een rugsteun van 60 cm, voorop een apehanger stuur en een suède bruin jasje met franjes aan mijn toen nog zo gespierde lijf. Werken op de ferry dus. Twee weken op, 1 week vrij. En die vrije week kon je opnemen in Nederland of in Engeland. Je begrijpt, het werd regelmatig Engeland. Mijn Choppertje aan boord en dan een hele week cruisen door Zuid Engeland. Jeugdherbergkaart bij me, slaapzakkie en luchtbedje achterop, paar ponden op zak, internationaal rijbewijs gehaald bij de ANWB (kon je toen zo meekrijgen) en rijden maar.  Mooie tochten waren dat. Gewoon gaan, niet weten waar je uitkwam die dag. Soms slapen op een boerderij of een “bed and breakfast”.  Maar meestal in jeugdherbergen, waar je allerlei leuke meiden tegenkwam. Ik herinner me Margaret Whore. (Echt haar achternaam, haar vader was leraar) Woonde op Collyer Avenue in Croydon.  Hele vriendelijke ouders die me binnenhaalden als de verloren zoon.  Ik kon blijven slapen zo lang ik wilde, met hun dochter stappen en zelfs bij ze eten.  ’s Nachts kwam ze stiekem naar de zolderkamer geslopen waar we nog heel wat plezierige nachten hebben gehad. Hormoontjes zat  in die dagen.  En dan de jeugdherberg in Henley. Een van de oudste jeugdherbergen in Engeland. Met een open haard. Ik had dat nog nooit meegemaakt en dus… hout erop. Machtig, zo’n  groot vuur. Tot de beheerder naar binnen kwam stormen, het dak rookte van de hitte uit de open haard. Bijna de tent afgebrand dus, we waren nog net op tijd.  Vaak ritten stroomopwaarts de Thames langs. Hele mooie plekken ontdekt en veel gastvrije mensen ontmoet. Als zwervende hippie, met lang haar en de beroemde suède franje jas had je de meiden voor het oprapen. Op weg naar Stonehenge, sloot ik me aan bij een groep motorrijders. Triumphrijders hoofdzakelijk. Onderweg kennis gemaakt met de eerste joints. Een megapeuk vol Afghaanse hash die gezamenlijk werd gedeeld, trekkie voor trekkie.  (Het woord Joint komt van “Join it”, delen dus. Da’s nu wel anders) Met een stuk of tien langharige zwervers rond een vuurtje waarboven 4 kippen hingen die we gescoord hadden bij een boerderij onderweg.  De volgende ochtend weer op weg, levend op brood, melk, bier en schone lucht in je gezicht. Stonehenge gezien. Je kon er toen nog vrij rondlopen en zelfs slapen. Niemand die je tegenhield en in die dagen was het een bekend trefpunt voor “the incrowd”.  Van Stonehenge weer terug naar Harwich. Twee weken werken en dan begon het avontuur opnieuw. Jarenlang volgehouden, werken, zwerven en avonturen beleven. Nooit moe van leven, nooit moe van al het nieuws dat er te zien en mee te maken was. Ook vaak de vrij week opgenomen in Nederland. En dan naar Amsterdam, toen al het centrum van vrije seks, love, peace and happiness.  Kwam soms bij de Kreidler Ploeg Oost op bezoek waar altijd wat te lachen viel en altijd wat te beleven was.  Damslapen, tussen de hippies, overnachten in kraakpanden waar de hippie meiden volkomen stoned door het pand verspreid lagen te wachten op hun deel van love, peace and happiness. En dat heb ik ze met veel plezier gegeven.  Van drugs ben ik altijd afgebleven. Wel eens een jointje maar daar hield het mee op. Ik wilde mijn kop erbij houden en volledig aanwezig zijn bij de dingen die ik deed.  Poëzie, gedichten, schreef ik toen al. En las ze voor in allerlei underground bars in Amsterdam, Den Haag, Haarlem, Alkmaar. Obscure tentjes in keldertjes onder eeuwenoude Amsterdams grachtenpanden waren het vaak. Met vreemd uitziende figuren. Gekleurde kleding, puntschoenen, legerparka’s en broeken met wijde pijpen herinner ik me nog. Zwarte mensen met enorme kroeskapsels.   Een paar van mijn oude gedichten heb ik nog in een pas teruggevonden schriftje teruggelezen.  Leuke herinneringen aan de vrouwen van die tijd.  Het leven was echt.  Problemen werden uitgesproken, meningsverschillen soms uitgevochten. Heb nog steeds een hoop strepen op mijn lichaam die allemaal een verhaal hebben. (Pas nog een nieuwe erbij gehad van!) Bij twijfel, eerst rammen! Zo leefde je, zo kwam je door de jaren heen.  Mijn 50 cc Choppertje werd een cb 500 en later korte tijd een triumph t100 500 cc. (Helaas platgereden door een boze automobilist, maar dat is een verhaal apart. Zijn auto was ook niet zo netjes meer nadat hij dat gedaan had. )Uiteraard allemaal met apehanger stuur. Ik herinner me een BSA zelfs. Een BSA lightning heette die dacht ik. Och, er zijn er zoveel geweest. En zoveel plekken gezien in die tijd. Nederland, van onder tot boven, Denemarken, België, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk.  Altijd was wel ergens wat te beleven en was er een feest of een slaapplek te delen met andere zwervers. Jarenlang gezworven. Tot ik “haar” tegenkwam. Maar ook dat is een ander verhaal. Voor een andere keer.

Reacties zijn gesloten.