Post Tagged ‘den haag’

Herinneringen van Rob Zwerver. Ingezonden.

Vandaag een stukkie ter herinnering van mijn Bro Jack. Ik leerde hem kennen in de 70’er jaren in Den Haag. Zijn eigen naam was John Meier.jack Omdat hij toen al graag Jack Daniëls dronk werd zijn bijnaam al gauw Jack.  Hij woonde op het Haagse Regentesseplein. We raakten bevriend, zopen wel eens wat, deelden wat we hadden. Het leven was geen vetpot in die tijd. We aten vaak uit containers met vers brood die ’s-nachts door bezorgdiensten van HUS bij winkels werden neergezet. Ook melk, yoghurt en dat soort dingen kwamen vaak uit soortgelijke containers. Als we een mazzeltje hadden zat er soms zelfs een kratje bier in. Leven was simpel. Echt zware drugs waren er nog niet veel. Beetje blowen, soms een trippie LSD. En om meer te kunnen genieten van het weekend was er speed. We hadden overal vrienden en kennissen en konden overal crashen. Net zoals velen ook bij ons konden crashen. Mijn zolderkamer leek af en toe wel het Damrak met al die slapers. heinekenIk reed op alles wat twee wielen en een motor had. Brommers (Puch, Mobylette, Vespa, Kreidler, Yamaha, Garelli, Zundapp, Batavus). Motoren (JAWA/HONDA/BSA/BMW) en zelfs een Solex (reed 70, dat gekke ding!)

Tussen Jack en mij ontstond een goede stevige vriendschap. We waren verschillende mensen maar konden het samen goed vinden. Jack was wat opvliegend, beresterk en had soms een kwaaie dronk over zich. Ik was beresterk, overdenkend/berekenend en een geboren optimist. Zoals ik gek was op Den Haag, trok Jack vaak naar Amsterdam. Hij kwam daar in die tijd bij een motorclub. Soms ging ik mee, als er knaken waren, meestal bleef ik dus in Den Haag. In de loop der jaren trok Jack vaker naar die motorclub en uiteindelijk vertrok hij naar Amerika om daar op de motor het land te gaan ontdekken. Internet was er niet dus we verloren het contact. Tot hij soms ineens compleet onverwacht en onaangekondigd op de stoep stond. incaOp zoek naar eten, een plek om te crashen. En dat was er voor hem bij mij altijd. Zonder vragen, zonder tijdslimiet. Als hij er was, was het altijd oke! Hij vond rust en veiligheid bij mij in huis en was er eigenlijk onvindbaar. Op zijn borst had hij een 666 tattoo laten zetten. En op zijn rug “stay true to who you are” en op zijn linker schouder een kopje van een Inka krijger. Ik heb vanwege onze broederschap later dezelfde Inca tattoo laten zetten op dezelfde plaats. Jack reisde veel. Voor zijn werk. Hij leek knaken genoeg te hebben, wat voor werk hij deed liet hij zich nooit over uit. En ik kon wel raden maar stelde nooit vragen. In de loop der jaren zat hij vaak in Canada en overal in de USA. Soms trof ik hem in Amerika als ik er zelf op reis was. Prachtmomenten! Die inmiddels getaande kop kon geweldig smakelijk lachen. Een hug werd al snel ademtekort, beresterk als hij nog steeds was. Zo was alles zoals steeds. Broederschap, geen gezeik, geen vragen. Onderdak, eten en drinken. Avonturen, lachen, samen uit, altijd samen thuis. Knokken als het nodig was, je niks door niemand laten vertellen, je nooit laten piepelen. We hebben in die tijd behoorlijk wat flessen Jack Daniëls gezopen en er zijn aardig wat kilootjes ribs door gegaan. Al toen spareribs hier nog volledig onbekend waren, lagen ze als Jack in Nederland was, gemarineerd in bruine suiker, citroen, ketjap, ketchup en Jack Daniëls, op de BBQ.

Een aantal jaren terug stond hij weer voor de deur. Ik had net een nieuwe laptop en hij ging niet vaak met computers om. Hyves was toen de hype in Nederland. Hij maakte samen met mij een Hyves account aan en zelfs een Gmail adres. dsc_0010Hij zat vaak op die laptop en kreeg zelfs Gmail. Aangezien dit alleen vanuit mijn huis gebeurde, zat aan alles wat hij deed mijn IP adres vast. Ik weet nog steeds niet wat voor werk hij deed maar ik heb er wel wat gezeik mee gehad. Door dat IP adres. Ik ga er verder niet op in. Want Jack is er niet meer. Toen hij weer terug was in USA heeft hij een ongeluk gehad. Hij is zittend op zijn motor tegen een over de weg hangende ijzeren paal gereden. Hij knapte op nadat hij een tijd in het ziekenhuis had gelegen. Hij kwam er weer uit, is nog een keer hierheen gekomen en na een paar weken vertrokken. Duitsland dit keer. Dat was de laatste keer dat ik Jack zag. Vanuit Duitsland heb ik een paar jaar terug een envelop gekregen. Daarin een blaadje waarop stond: “Das ist für Sie. Von Jack. Jack fährt nun mit Chapter 13.” In de envelop een 1% ring, de ring die hij altijd droeg. Aardig beschadigd, gekrast maar inderdaad Jacks ring. Er stond geen afzender op dus ik heb nooit vragen kunnen stellen. De dag dat ik dit briefje kreeg was 13 September. En dat beschouw ik daarom maar als zijn sterfdag. Vandaag dus denk ik aan mijn Bro Jack. Ik heb alleen goede herinneringen aan hem. En dat is wat hij geworden is. Een goede vriend, een bro waar ik altijd op kon rekenen werd een uitstekende herinnering. Normaal altijd Jack Daniëls op deze dag. Maar nu, voor het eerst, geen fles in huis. Met dank aan Rutte en zijn (be)rovers. De herinnering blijft. Door dit schrijven is het nu ook een stukje van jouw herinnering geworden.

Hou de glimmende kant boven!

Robert Hageman

Stuk geschreven door Rob Zwerver, Jack was zijn vriend en het is zijn herinnering.

Echt uit de ouwe doos deze foto!

Hoe zijn motorclubs ontstaan?
Al zolang er motorfietsen worden gebouwd, zoeken motorrijders elkaar op. In 1903 werd in Amerika de Federation of American Motorcyclists opgericht, ontstaan uit de New York Motorcycle Club. Midden jaren 30 ontstond de eerste motorclub in de Verenigde Staten. Naar wij weten waren dat The Outlaws, ontstaan in 1935 in Matilda’s Bar in het stadje Mc Cook (Illinois) aan route 66. Na de tweede wereldoorlog ontstonden er meer. Teruggekeerde soldaten zochten elkaar op en motoren boden de uitlaatklep die ze zochten.

Eind jaren 40 werd de reputatie van de clubs gevestigd: In het stadje Hollister, in het noorden van Californië, lopen feesten van motorrijders uit op rellen, waarbij de politie machteloos is. Een ruzie tussen de “Pissed off Basterds” en de “Booze fighters” word door de pers en andere media opgeblazen. De AMA (American Motorcyclist Organisation) schreeuwt op alle media dat 99% van de motorrijders aardige eerlijke godvrezende hadrwerkende burgers zijn en dat 1% “outlaws” waren. Verschillende motorclubs beschouwen zichzelf als outlaws, one-percenters. De term 1%’er is dus ontstaan naar aanleiding van die opgeblazen knokpartij en de A.M.A uitspraak.

Hoe zijn ze in Nederland terechtgekomen?
In Nederland ontstond na de oorlog onvrede onder jongeren. De rust en degelijkheid was teruggekeerd na de tweede wereldoorlog. Veel jongeren vonden die deglijkheid niets. Rock and Roll deed zijn intrede, muziek en vrijheid werden belangrijker dan luisteren naar “va en moe”. Veel jongeren zochten afleiding en wilden een ander bestaan dan het degelijke zekere bestaan van hun ouders. Ze vochten zich vrij van hun ouders. Ze reden op brommers, rebelleerden. Zo ontstonden de nozems. Sommigen reden op een Puch, Tomos, Kreidlers en Zundapps, in Amsterdam ontstond eind jaren zestig de Kreidler Ploeg Oost. Die noemde zich vanaf begin jaren 70 Hells Angels, naar voorbeeld van de Amerikaanse motorclub uit San Bernardino.

In 1978 worden de Nederlandse Angels officieel erkend. Er vormen zich dan meer clubs in Nederland, die zich verwant voelen met de outlaw-motorclubs. Ze hebben namen als Rogues, Demons, Confederates, Veterans, Satudarah, Black Sheep en Animals.

Hoe zie je of een club een MC – MotorClub is of een groepje gewone motorliefhebbers?
Heel herkenbaar zijn de colors, de emblemen op de rug van jas of vest. Bij MC’s – bestaan ze uit drie delen: eerst de naam van de club (Toprocker), daaronder een logo (de colours) en onderaan een deel met de thuisplaats van de club (Bottomrocker). Er staat ook ‘mc’ bij, wat motorcycle club betekent.(soms de diamond genoemd). Andere groepen rijden ook wel met emblemen op de rug, maar die bestaan dan uit één of twee delen. MC’s tooien zich ook met ‘One-percent’ patches. Tourclubs e.d. proberen weg te blijven van conflicten tussen andere clubs. Verschillende motorevenementen zijn de laatste maanden afgeblazen uit vrees voor een soort “showdown”. Inmiddels is wel duidelijk dat deze vrees ongegrond is, helaas hebben vele media er baat bij om zaken op te blazen en te verdraaien. Zo dragen juist de media bij aan de kloterige image die motorrijders hebben.

Hoe is de link met criminaliteit ontstaan?
Motor clubs hebben van nature niet veel op met orde en gezag. De meesten willen met rust gelaten worden en hebben niets op met wetten en regeltjes en orders. Het zijn telkens leden van de clubs die in verband gebracht worden met criminaliteit, niet de clubs zelf. Net zoals er bij de lokale postduiven vereniging ook wel eens een lid de fout ingaat, of bij de aquarium vereniging, gebeurt dit ook wel eens bij motorrijders. Helaas draagt het uiterlijk van een motorrijder dan snel bij aan vooroordelen en worden eenvoudige zelf op te lossen zaken door de media opgeblazen. Valt er eens een klap in een motorbar, dan staat het vaak direct vol met politie. Valt er een klap in het wijkgebouw, dan word het meestal ook met de wijkagent opgelost. Het Nederlandse Openbaar Ministerie probeerde verschillende clubs te verbieden, maar in rechtszaken in 2007 oordeelde de rechter dat bijvoorbeeld de Hells Angels en de Nomads geen criminele organisaties waren.

Als criminele leden worden aangepakt, waar is de politie dan nog bang voor?
De vrees is nu dat een internationale machtsstrijd tussen verschillende clubs naar Nederland komt. Tot nu toe zijn de Hells Angels de enige club in Nederland die onderdeel is van een internationale groep clubs. Maar ook andere grote internationale motorcycle clubs, proberen in Nederland voet aan de grond te krijgen. In onder meer Scandinavië en Duitsland is de machtsstrijd bijzonder gewelddadig verlopen.

Vijf vragen, vijf antwoorden. Heb jij vragen? Mail ze aan dutchriders@gmail.com.