Zo had ik onlangs onderweg toevallig een gesprek met de haagse Willem A. Een doorleefde Christen. Alles in zijn leven was God en geloof en gericht op bekeren en een beetje drammen over dat bekeren. Ik vertelde hem dat ik kanker had. En hij kaatste terug dat het misschien een straf was van de schepper omdat ik Biker was. (Ja je komt rare mensen tegen af en toe) 1%, dan was ik crimineel. Want dat had hij uit betrouwbare bron (de media). Dat mijn club verboden was door het OM was een waarschuwing geweest van de schepper en omdat ik niet mijn lidmaatschap had opgezegd had die aardige man op dat wolkje me een portie kanker gegeven dus. En als ik niet snel berouw tonen, zo’n beetje ter plekke op mijn knieën ging en om vergeving smeekte zou mijn eind niet pijnvrij zijn. En was er geen plek in de hemel, ik ging naar de hel. En da’s kennelijk geen pretje daar. Hij legde me uitgebreid uit welke demonen daar voor mijn eeuwige lijden zouden gaan zorgen (hij kende de namen zelfs) en wat dat allemaal voor helse beleving zou zijn. Maar door (liefst ter plekke) vergeving te vragen kon ik een hoop leed voorkomen.

Wat een angst voor leven had die man zeg. Doodsbang was hij voor het leven. Alles stond bij hem in het teken van leven na de dood. Bidden, zingen, dopen, bijbel lezen elke dag van voor naar achter en steeds ‘het juiste’ doen. Wat dat juiste was stond in de bijbel. Overal zag hij zonde en hij vond het zijn plicht om ieder te wijzen op hun zonden. Eigenlijk was hij met zijn gesprek bezig voor zichzelf. Ik op de knieën voor vergeving bij zijn God en hij daardoor een stukkie dichter bij de hemel die hij voor zichzelf geschapen had. Ik een zondaar, misschien bekering en hij een stukkie dichter bij de hemel die hij bedacht had voor na zijn leven. Doodsbang om te leven was hij.
Je begrijpt het misschien, ik geloof niet in een God. Voor mijn geen almachtig wezen dat alles gemaakt heeft en die de hele dag, elke dag aanbeden moet worden. En die je met van alles lastigvalt omdat je in je gebeden steeds om zegen vraagt en genezing en verbetering van jouw situatie of die van anderen. En dan een onzichtbare vriend, de zoon, die geofferd is om de zonden van de mensen weg te wassen. Het is mij allemaal iets te bloedig en ik kan het niet geloven. Prachtige verhalen, en religie brengt veel ongelofelijk mooie mensen voort, absoluut.
Ik leerde dat we allemaal op dezelfde manier op de wereld komen. Naakt, vers ongebruikt lichaam en schone nieuwe hersens die veel kennis bij je geboorte opgeslagen hebben maar die je in de loop van je leven langzaam leert gebruiken. Je groeit, lichamelijk zowel als geestelijk. Je doet kennis op gedurende het leven dat je leid. En die blijft bij je, je hele leven lang. En dan komt de dag dat je lichaam niet meer bruikbaar is. Kan door onder meer een ongeluk, ziekte of ouderdom komen, Maar het lichaam stopt ermee. De geest (ziel zo je wilt of je mana, whatever) verlaat op een bepaald moment, gevuld met de ervaringen en kennis van een leven en gaat terug naar de plek waar hij vandaan komt. Waarvandaan? Weet ik niet, we hebben er als mensen wel een hoop namen voor, ik weet niet waar of wat het is. Die kennis van jou wordt toegevoegd aan het geheel. En jij mag, als je dat wilt, opnieuw beginnen. In elke vorm die je wilt. Geen laatste oordeel, geen angst voor duivels, gruwelen en hel, geen (figuurlijk) mannetje op een wolken die je herkent aan wat je gedaan hebt en dan daar oordeelt of je de vlammen ingaat of dat je mag gaan zweven in de hof van Eden of hoe je het ook vanuit jouw overtuiging noemt. Het natuurlijke gevolg van leven is dat we allemaal uiteindelijk dood gaan.
Jammer dat er zoveel mensen zijn die menen dat ze hun leven moeten leven voor het leven na de dood. Straf of beloning, pijn of kusjes, de vreselijke martelingen of de eeuwige zaligheid. Je zou je leven kunnen gebruiken om meer kennis op te doen en die kennis op een goede manier te gebruiken. En geen ‘erfzonde’ die mensen al als monster, als zondig geboren laat worden. En de aflaat is natuurlijk alleen via de religie te krijgen. De doorleefde Christen zou me vervloeken of tenminste hoofdschuddend opstaan en weggaan. En ik? Ik zie de dood als een nieuw avontuur, nieuwe horizonnen en terugkeer naar mijn oorsprong. Geen angst, geen duivels en geen engeltjes. Gewoon een nieuw avontuur met nieuwe horizonnen en -uitdagingen.
© Robert T. Meijer









